Zaakvakmethode Da Vinci

NIEUWE ZAAKVAKMETHODE DA VINCI 

Na een zorgvuldig proces van visie bepalen, criteria opstellen, passende methodes zoeken en uitproberen zijn we met ingang van dit schooljaar met de methode Da Vinci gestart.

DaVinci is een geïntegreerde thematische methode voor wereldoriëntatie waarmee we in alle groepen gaan werken. In de groepen 1-2 nemen we de directe omgeving van de kinderen als uitgangpunt. We zetten het raam open en halen de omgeving binnen. Daarom heeft DaVinci er voor de kleuters voor gekozen om te werken vanuit de seizoenen. Binnen de seizoenen zijn er 8 subthema’s. Denk bij zomer bijvoorbeeld aan vissen, waterplanten, water, etc. Binnen deze thema’s kijkt de leerkracht telkens heel goed waar de belangstelling van de kinderen ligt en speelt daar op in.

In groep 3 worden de thema’s zo goed mogelijk gekoppeld aan de thema’s van de methode Veilig Leren Lezen.

Vanaf groep vier worden tijdens een klassikale les achtergrondinformatie gegeven over het thema waarover gewerkt wordt. Dit zorgt voor een stevige kennisbasis. Ook de coöperatieve vaardigheden komen in de klassikale les aan bod, net als werkstukken maken, presenteren en mediawijsheid. De overige tijd wordt gebruikt om zelfstandig te werken, te werken aan het portfolio en het themawerkstuk, een masterclass van een expert te krijgen, een buitenles te houden of kinderen aan elkaar te laten vertellen waar ze mee bezig zijn.

In de groepen 6 tot en met 8 krijgen de kinderen topografie behorende bij de zaakvakmethode DaVinci, TopoTop!

Dit sluit aan bij de kerndoelen en bij de 21st century skills. De topografie sluit eveneens aan bij de thema’s van DaVinci! We maken gebruik van verschillende pedagogische en didactische principes om ervoor te zorgen dat de kinderen de leerstof sneller en beter inoefenen én langer onthouden! Door topografie te koppelen aan wereldverkenning, het inzetten van het digitale schoolbord, de kinderen informatie op te laten zoeken en te laten presenteren, wordt topografie betekenisvol voor ieder kind. Alle topografietermen worden nl. door de kinderen persoonlijk in 1 minuutje voor de klas gepresenteerd, we noemen dit pitchen. Daardoor krijgen de kinderen een levendig beeld van de te leren termen én komen ze heel geregeld voor de hele klas te staan.